Secularisatie of woede? De onderliggende gedachtegang bij beperking van godsdienstvrijheid – door Lody van de Kamp

Dagboek van een verdoofd rabbijn

De afgelopen maanden, tijdens al die gesprekken rond het ritueel slachten, kwam steeds die ene vraag naar boven. Wat zit er nu precies achter die gedrevenheid van al die voorstemmers voor een verbod op ritueel slachten? Honderdzestien van de honderdvijftig Tweede Kamerleden kiezen uiteindelijk voor het korten van burgers op hun rechten van godsdienstvrijheid. Is het de absolute zorg om dierenwelzijn die hun daartoe brengt? Van een Partij voor de Dieren, die tegen iedere vorm van slacht is, kan ik mij dat voorstellen. De meeste van haar volgelingen die ik de in de nu achter ons liggende periode heb gesproken eten helemaal geen vlees. Dierenwelzijn is hun credo. Maar deze fractie vertegenwoordigt slecht twee zetels in de Kamer. Van al die andere fracties eten heel wat leden vlees. En niet alleen tijdens de barbecue op het Binnenhof maar ook elders. Tijdens bijeenkomsten, dinertjes, recepties worden dierlijke producten genuttigd zonder dat op dat moment vragen worden gesteld waar die bitterballen en kippeboutjes nu eigenlijk vandaan komen.

Nee, het kunnen niet alleen maar dierenwelzijnszorgen zijn. Is het dan antisemitisme of Islamofobie? Nee, onder de voorstemmers zitten ook moslims of Joden die ik onmogelijk van zoveel zelfhaat kan betichten dat zij dat door middel van hun stem in de Kamer ook zichtbaar willen maken. Rest dus nog de optie van secularisatie. Met de opkomst van allerlei maatschappelijke bewegingen in onze samenleving, een ontwikkeling die al tijdens de emancipatie in de 18e eeuw is begonnen, is de invloed van religie op ons dagelijks bestaan steeds minder geworden. Stromingen zoals socialisme, communisme, humanisme en nog vele anderen zijn gaandeweg een stempel gaan drukken op het leven in de openbare ruimte.

Lees verder

Sinterklaas en het referentiekader van de hoorder: wat de gerichtheid op het zelf betekent voor kerk en geloof – door Hanneke Schaap-Jonker

Sint, Sint, Sinterklaas
Makkers, staakt uw wild geraas
De zorgen aan de kant
Sint is in het land.

De periode rond 5 december is altijd weer een leerzame tijd. Het geloof dat aan de goedheiligman gehecht wordt of niet meer, de liturgie rond Sinterklaas, en de psychologische functies van dit feest geven soms een verrassend zicht op geleefd geloof en spiritualiteit in traditioneel -religieuze zin. Het is jammer dat de Sint nu weer naar Spanje afreist, want hij heeft mij dit jaar weer nieuwe inzichten opgeleverd. Nu wordt wat je ontdekt en wat je opvalt in een bepaalde situatie in belangrijke mate bepaald door het referentiekader dat je hebt. Anders gezegd: ‘de bril waarmee je kijkt’ of de ‘oren waarmee je hoort’ bepalen tot op zekere hoogte wat je ziet en hoort. Hoe deze dynamiek werkt, heb ik van verschillende kanten ervaren rond de publiekslezing die ik in het kader van de maand van de spiritualiteit heb gehouden in Groningen. Het kwam zowel naar voren in de belangstelling van de pers alsook in de manier waarop ikzelf kijk naar kerkdienst en preek. Beide aspecten komen aan de orde in deze blog na een korte weergave van de publiekslezing.

Ik geloof in mezelf: religie en spiritualiteit in een uitblinkcultuur was de titel van de lezing, waarin de gestalte en de rol van het zelf in onze huidige cultuur uitvoerig aan de orde kwamen. In een cultuur waarin zelf, zelfgevoel en zelfwaardering centraal staan, en waarin presteren, ambities waarmaken en gezien worden essentieel is, is een gezonde psychologische ontwikkeling van het zelf een ingewikkelde opgave. Immers, als mensen hebben wij twee ontwikkelingstaken te volbrengen. Allereerst moeten we leren om relaties aan te gaan met anderen en om verbonden te zijn met de wereld om ons heen. In de tweede plaats moeten we zelf iemand worden en binnen de matrix van relaties ons eigen ik ontwikkelen. Autonomie en individualiteit zijn daarbij belangrijk. Het is de kunst om deze twee taken in balans te houden en zowel verbonden te zijn met anderen alsook zelfstandig, autonoom te functioneren. Lees verder

Wel of geen koosjer vlees, wel of geen Joodse Nederlander – door rabbijn Lody van de Kamp

Rabbijn Lody van de Kamp

Ben ik een Nederlandse Jood of een Joodse Nederlander? Die vraag speelde in mijn leven eigenlijk nauwelijks een rol. Met grootmoeders in het Overijsselse Rijssen of in het Gelderse Borculo die op zaterdag naar de synagoge gingen en die zich op de doordeweekse dagen in een eenvoudige boerenjurk met en wit kapje op hun hoofd en klompen aan hun voeten door de Dorpsstraat begaven was die vraag ook nooit van belang.

Weegt voor mij mijn Nederlands paspoort zwaarder dan mijn religie of andersom? Die vraag heb ik mijzelf nooit gesteld. Met ouders die met ons op Koninginnedag naar de aubade op de Grote Markt gingen en die de aardewerken bekers met “10 jaar Bevrijding” aan de ene kant en de beeltenis van de Nederlandse leeuw aan de andere kant een prominente plaats op ons dressoir hadden gegeven was dit geen dilemma.
Ligt mijn hart in Holland of toch eigenlijk in Israël? Vanuit een ouderlijk huis waar mij tussen half november en vijf december “nou vooruit dan maar, één keer” onze schoen mochten opzetten en waar burgermeester Wim Thomassen ieder week als wij langs zijn huis liepen een praatje met ons maakte hebben wij die vraag nooit gesteld.

Toen niet, en tot heel recent nu ook niet. Joods zijn in Nederland, orthodox Joods zijn in Holland, iedere dag naar de synagoge gaan, je kinderen naar een Joodse school sturen, koosjer eten, het nieuws vanuit Israël nauwgezet volgen, dit alles heeft niets te maken met een hechtere of minder hechte verbondenheid met ons land, hier aan de Noordzee.

Over twee weken is het zover. Op dertien december, precies tussen het Nederlandse Sinterklaas en het Christelijke Kerstfeest in, valt de beslissing voor Joods Nederland. Dan zal de stemming in de Eerste Kamer gaan uitmaken wat het antwoord op deze vraag zal zijn. Mocht, G`dverhoede, de stemming over het koosjer slachten op die dag zo uitvallen dat het de Joodse gemeenschap niet langer gegeven is om met de Thora in de hand deel uit te maken van de samenleving, dan is voor mij het antwoord duidelijk. Mijn Nederlanderschap is dan gereduceerd tot een administratief gegeven. Ondanks een gastvrij verblijf van honderden jaren, met een kleine uitzondering vanwege een ´gedwongen verwijdering´ van mijn ouders uit de samenleving voor een kleine vijf jaar, zal ik mij een burger die voelen die trots is op zijn Joods-zijn. Maar die een gedwongen minachting krijgt opgelegd voor het paspoort dat het verblijf in het Koninkrijk der Nederlanden nu eenmaal met zich mee brengt.
Het verhaal van de Joodse Van de Kamps in ons land begon ooit ergens rond 1600. Cuijck, Groningen, Dalfsen, Rijssen, Ruurlo, Borculo Den Haag, Amsterdam zijn allemaal plaatsen die onderdeel uitmaken van onze familiegeschiedenis.

Het achterhoeks dialect, het handen uit de mouwen in de vijftiger jaren, het bloed doneren aan het Nederlands Rode Kruis, het verrichten van vrijwilligerswerk tijdens de Watersnoodramp in 1953, zo maar wat van die alledaagse dingen die ik mij van mijn oer-Nederlandse ouders herinner is alles niet genoeg om hun kleinkinderen gepassioneerde Nederlanders te laten blijven. Enkel en alleen omdat ook zij net als al die generaties voor hun koosjer willen blijven eten.

Nog twee weken en dan valt de beslissing. Wel of geen koosjer vlees, wel of geen Joodse Nederlander.

Video
In onderstaande video legt Lody van de Kamp onder meer uit waarom het filmmateriaal waarop de Partij voor de Dieren zich heeft gebaseerd bij het indienen van het wetsvoorstel dat de rituele slacht verbiedt ‘omstreden is’.


Lody B. van de Kamp (1948) studeerde voor rabbijn aan talmoedscholen in Zwitserland en Engeland. Hij was daarna als rabbijn verbonden aan verschillende orthodox-Joodse gemeenten. Van de Kamp publiceert regelmatig in landelijke en lokale dag- en weekbladen. Ook geeft hij regelmatig spreekbeurten over Israël en het Jodendom.

Lody van de KampBij Uitgeverij Boekencentrum verschijnt in maart zijn nieuwe boek Dagboek van een verdoofd rabbijn. In dit dagboek schrijft hij over al zijn pogingen, debatten en gesprekken om inzicht te geven in zijn drijfveren, zijn traditie en de liefde van Joden voor de dieren. Om dit boek te bestellen, klik hier.

Bij Uitgeverij Mozaďek verscheen van zijn hand een aantal romans: Oorlogstranen, Weeskinderen en Alleen.

Lex Boot over het Handboek christelijke meditatie

Lex Boot, auteur van het onlangs verschenen boek Handboek christelijke meditatie, over wat christelijke meditatie inhoudt.

Meer informatie
Voor meer informatie over het Handboek christelijke meditatie, klik hier.

Lex Boot

Andries Knevel praat met Bonhoeffer-kenner prof. dr. Gerard Dekker

prof. dr. Gerard DekkerDietrich Bonhoeffer is een theoloog die veel mensen fascineert. Aanvankelijk in de jaren ’60 vooral theologen aan de linker kant van het politieke spectrum, tegenwoordig wordt hij veel gelezen in orthodox-protestantse kring.
Prof. dr. Gerard Dekker, oud hoogleraar aan de VU stelde uit de werken van Bonhoeffer een thematisch dagboek samen dat onlangs verscheen.
Andries Knevel praat in het radio-programma Andries Radio met hem over de persoon Bonhoeffer en het dagboek.

Beluisteren
Om de uitzending te beluisteren, klik hier.

Meer informatie
Voor meer informatie over Het thematisch dagboek van Dietrich Bonhoeffer, klik hier.

Bonhoeffer-app
In november verscheen ook de Bonhoeffer-app: elke dag een tekst van Bonhoeffer op je iPhone. Voor meer informatie, klik hier.

Dokus

Start de maand december met een cartoon van Dokus:
(uit: de Dokus Scheurkalender, prachtig decembercadeau!)

Dokus Scheurkalender

Demente oudere past niet in het dominante mensbeeld

Rieke MesGeestelijk verzorger Rieke Mes schreef het boek Hoe kom ik thuis. Geestelijke verzorging voor mensen met dementie: een zielzorgconcept. Dementie vraagt namelijk om een doordacht zorgconcept in het pastoraat. Volgens Rieke Mes is de zorg in vorm en beleid gestructureerd naar het dominante liberale mensbeeld dat in onze maatschappij alomtegenwoordig is. Autonomie is het kernwoord van de huidige mens en dus in de huidige zorg. En daarmee vallen demente mensen buiten het beeld van de zelfstandige en zelfredzame mens. De basis van de zorg moet echter als fundament een mensbeeld te hebben dat de demente mens insluit.
In het Nederlands Dagblad stelde Mes: ‘Ik ontdekte na interviews met geestelijk verzorgers dat ze amper reflecteren op de waarden waar vanuit ze werken, je mens- en Godsbeeld bepalen hoe je als geestelijk verzorger met dementerenden omgaat, dus het is goed om daarover na te denken.’
Het artikel in de krant vervolgt: Vanuit de christelijke traditie is een relationeel mensbeeld volgens haar het beste te verdedigen. Daarin is wederkerigheid belangrijk. ‘Als iemand in een verpleeghuis komt, vindt hij het vaak het ergst dat hij afhankelijk is van anderen. Je moet iemand dus het gevoel geven dat hij niet alleen ontvangt, maar ook iets geeft. En als je als geestelijk verzorger naast een dementerende gaat staan, en beseft dat jullie allebei kwetsbaar zijn, dan ontvang je ook veel.’

Mensen met dementie vragen vaak naar de weg om thuis te komen. ‘Hoe kom ik thuis?’ is een vraag die dementerenden stellen aan iedereen die ze tegenkomen. De geestelijk verzorger heeft een vermoeden van de weg naar huis. De juiste route kan hij voor een ander mens nooit uitstippelen, die zal hem zelf moeten vinden. De geestelijk verzorger kan wel meegaan in deze zoektocht en soms zijn vermoeden en perspectief tonen. Bij demente meegaan de zoektocht in: in de kluwen van de verwarring gaan staan en vandaaruit zoeken en misschien ooit vinden.

Voor meer informatie over het boek, klik hier.

Jung en het Oude Egypte – door Tjeu van den Berk

Tjeu van den Berk‘De aanleiding tot mijn reis naar Afrika kwam voort uit de behoefte (…) het psychische leven van primitieve stammen uit eigen waarneming te leren kennen. Dit vanwege het feit (…) dat de door mij onderzochte inhouden van het collectieve onbewuste in zeer nauwe betrekking staan tot de primitieve psychologie. Ons geciviliseerd bewustzijn verschilt weliswaar zeer sterk van dat van de primitieve mens, maar diep verborgen in onze psyche bestaat er een invloedrijke laag van primitieve processen, die zeer nauw verwant zijn aan processen die bij de primitieve mensen in hun dagelijks leven nog aan de oppervlakte liggen.’

Jung vertrekt op 15 oktober 1925 vanuit Southampton per boot naar Tropisch Brits Oost-Afrika. Bijf maanden zal de reis duren, die begint in Kenia, en via Oeganda en Soedan naar Egypte leidt. Op 14 maart 1926 is hij weer thuis in Küsnacht. In het eerste deel van deze bijdrage doe ik verslag van die reis. Daar het kernonderwerp het Oude Egypte is, sta ik met name stil bij die gebeurtenissen uit de reis die verwijzen naar dat Oude Egypte. In het tweede deel sta ik stil bij de wijze waarop Jung de mythen van het Oude Egypte interpreteert, en hoe die volgens hem met name doorwerken in de christelijke dogma’s. In een kort laatste deel sta ik stil bij de rijkdom aan inzichten die Jungs visie heeft en zal hebben voor de egyptologie.

Lees verder

Interview met Tjeu van den Berk over ‘Het oude Egypte’

Tjeu van den Berk vertelt in dit video-interview over de achtergronden van zijn nieuwe en fascinerende boek ‘Het oude Egypte, bakermat van het vroege christendom.’ Met dank aan Ruben Korneef en Frank van Wijhe die de opnames maakten.

Van Tjeu van den Berk verschenen de afgelopen vele titels bij Uitgeverij Meinema, waaronder Mystagogie, Het geheim van de hersenstam en Het numineuze. Om het complete oeuvre te bekijken, klik hier.

Lees op Theoblogie ook de blogs van Tjeu van den Berk en Jan Greven over Het oude Egypte. Om ze snel en eenvoudig te vinden, klik hier.

Tjeu van den Berk

Interview met ds. Bert Karel Foppen en drs. Leantine Dekker

In deze video een interview met ds. Bert Karel Foppen en drs. Leantine Dekker naar aanleiding van de Geloofscursus ‘Geloven met het hart‘ waarvan onlangs het eerste deel met bijbehorende handleiding verscheen bij Uitgeverij Boekencentrum. De geloofscursus kwam tot stand in samenwerking met IZB.